Twee oude ottertjes

Laat ik beginnen met een aanbeveling om minstens één maal per week naar een liedje op tekst van Annie M.G. Schmidt te luisteren. Verder zijn dit natuurlijk geen drie oude ottertjes, maar een vader of moeder otter met een kind. De rest van het gezin is van de foto gevallen.

Deze prachtige beesten betrapten we terwijl ze een gezinnetje eenden lastig aan het vallen waren. Dat liep gelukkig niet uit op dwarrelende veren en bloedspetters, want eenden blijken opvallend goed van zich af te kunnen bijten – de otters gaven het in elk geval best snel op, om zich te wijden aan het opeten van (veel dommere) vissen.

Plaats delict: een charmante voetgangersbrug die de twee helften waaruit Cortemilia bestaat, met elkaar verbindt. Geen bijzonder brugje, behalve dat de helft van het brugdek van transparant materiaal is, zodat je diep wegkijkt naar het water van de Bormida. Waar in de zomer maar net water in staat, zoals zoveel kleinere rivieren in Italië ’s zomers droogvallen; vlak voorbij het dorp naar het noorden stroomt ook nog een torrente, de Uzzone, in de Bormida uit – maar dat arme ding staat eigenlijk altijd droog.

Hoe het ook zij, het is een bijzonder zomers genoegen om met een post-Covidgroepje vrienden over de brug te slenteren en vissen te kijken. Daarna of daarvoor kun je ook fijn zitten bij Bar Top 2.0, een pretentieloze bar met prima voer. Aan diezelfde Bormida, net hoog genoeg om over het dorp uit te kunnen kijken. Eén tip: tussen het mini-terrasje en de bar ligt een nogal druk bereden weg, en de ober wordt telkens op een haar na overreden als hij de bestelling gaat halen. Maar dat gebeurt steeds maar niet, dus stop met roepen ‘Pas op!’ (zoals ik deed): hij verstaat geen Nederlands.

Entra, entra!

Negen mei. Dat is de eerste dag dat je ons chalet kunt huren. Kamperen op het terrein mag al eerder, mits je tegen koude douches kunt of een teiltje warm water in je tent hebt staan.

We gaan niet op internet. Omdat dat gedoe is. En omdat het leuker is om na te kunnen praten en samen te voorpretten. Dus: familie, vrienden en vrienden van vrienden. En aardige kennissen die vriend of familie zouden kunnen worden.

Ik had al een soort foldertje gemaakt met wat er kan en is en zo. Nuttig, maar m’n eigen toon beviel me niet. Ik houd niet van verkopen – ik denk altijd dat er van alles niet deugt aan mijn koopwaar. En als ik dan eindelijk de prijs durf te zeggen, word ik in die overtuiging onmiddellijk bevestigd door de gezichtsuitdrukking van de koper (die meestal, dat weet ik ook wel, bluft).

Hoe dan ook, deugen is een subjectief begrip. Veel van onze ervaringen in Cortemilia zijn dat wat je met Mastercard niet kan kopen. Dus wat verhuur je eigenlijk?

Maar goed, we willen natuurlijk wel goed zorgen voor familie etc. Dus een redelijk basic comfort-anno-2022. En elk jaar een paar verbeteringen, beloofd. Je moet tenslotte ook ergens voor terug willen komen (behalve voor onze regio, waar echt méér te doen is dan je in één vakantie kunt doen). Vooruit, met de billen bloot: comfort-anno-2022 betekent:

  • een af zwembad (een écht zwembad, maten mag je navragen)
  • met daarlangs twee kleedhokjes, een douche, wastafel en toilet/bidet, plus een echte steenoven
  • stroom en WiFi
  • ’s nachts zwemmen met lantaarns rondom en een dikke lichtspot onder water
  • een boel privacy op 16000m2 eigen terrein, met twee stukken bos en Maria in een huisje, reetjes (dieren) en soms everzwijnen
  • droog pingpongen onder de portiek van het chalet

Tot zover wat je allemaal tegenkomt als je komt kamperen/caravannen. Voor wie niet de hele dag op Crocs wil lopen: je kunt ook het chalet huren. Dan heb je een mooie nieuwe badkamer, een fatsoenlijke keuken, drie slaapplaatsen op zolder en twee op een slaapbank beneden. De tavernetta beneden is een chillplek (met open haard en tafelvoetbal!), waar we ook nog een paar stretchers neer kunnen zetten.

In de woonkamer een pelletkachel en een open haard, voor de avonden die in voor- en najaar best fris kunnen zijn.

Dat dus ongeveer. En: het is nog niet klaar, maar rond 15 april wél, ijs, weder en Covid dienende. En handen uit de mouwen van diverse gezinsleden.

Zo, heb ik stiekem toch nog bijna een foldertje geschreven.


Ik wens je een jaar toe met veel ennen en weinig offen
 (want de werkelijkheid is niet goed of kwaad,
 jij bent niet een moeder of een dochter),

een jaar waarin verlangen en afwijzen hun gewicht verliezen
 (want ook al blijft mooi mooier dan lelijk,
 geen van beide is om vast te houden),

een jaar waarin je je eigen maskers doorziet
 (want duizend maskers heb je gedragen en afgedragen
 en geen enkele is je ware gezicht),

een jaar waarin je niet 'jezelf' hoeft te worden
 (want niemand weet wat dat is, en jijzelf nog wel het minst),

waarin je aan je laat gebeuren
 (want wat je ook vindt van de kromgegroeide eikenboom,
 het doet niets aan hem af en het voegt niets aan hem toe),

en een jaar ook waarin je niet bang bent om te verdwijnen
 (want leven bestaat niet, alleen geboren worden en sterven,
 elk ogenblik opnieuw);

en dat je daardoor in vrijheid
steeds opnieuw de eeuwigheid mag ervaren
en de liefde voor alles wat is.

 Paul

Koffi

Je kunt niet aan de gang blijven met het alsmaar uitventen van je hedonistische (on)fortuinlijkheden: kijk eens naar de nieuwe natuursteen om ons zwembad, wát een grote boze dode boom waaronder we in de zon zitten koffie te drinken, dit is de gloeiende binnenkant van onze steenoven, enzovoorts puh puh puh puh. Judith zegt dan: ben je weer aan het flexen papa? Daar zit wat in. Nee, daar zit véél in.

Een bekende Nederlandse schrijver schreef ooit over zijn eigen blogjes:

Ik heb u geschapen… ge zyt opgegroeid tot een monster onder myn pen… ik walg van mijn eigen maaksel: stik in koffi en verdwyn!

En zo is het.

Dus geniet vanaf heden van een nieuwe loot aan deze websitestam: In de buurt. Omdat we je graag iets willen leren over de mooie omgeving van ons nieuwe oude huis. Omdat we zelf (gefocust als we waren op ons eigen barbaarse materialisme) eigenlijk nog bar weinig idee hebben. En omdat we vanaf half mei kampeerders en huisjesmensen willen gaan verwelkomen, zelfs als we er zelf niet zijn – en dan moeten die wel weten hoe leuk Piemonte en Liguria zijn, toch?

Het idee is om stukje bij beetje de plekken, uitzichten en smaken ijsjes die we tegenkomen op die nieuwe pagina te plakken. Zoals gezegd, da’s nog niet extreem veel, maar wacht maar tot we groot zijn.

Wist je trouwens (nee hè?) dat onze regio Langhe sinds 2014 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat? (Italianen zijn dol op twee dingen: die lijst van de UNESCO en Erasmus-beurzen).

Koud

Hoe laat deze foto door onze part-time buurvrouw Maria-Rosa is genomen, weten we niet. Dat het in Cortemilia flink koud kan worden inmiddels wél, getuige ook de rijp op het veld. De achterkant van het chalet kijkt uit op het oosten. Dus in de winter verdwijnt de zon alweer vroeg achter de heuvels die je rechts van de foto kunt vermoeden.

Laura en ik wilden een paar dagen die kant op. Om het huis weer een beetje in bezit te nemen: hoe gezellig ook de drukte in augustus en oktober, we hebben behoefte om weer eens in alle rust over het terrein en door het huis te slenteren en te voelen dat dit onze plek is.

Nu hebben we tegenwoordig overal mannetjes voor. En mannetjes laten zich slecht plannen. (Voordat je begint te mekkeren over Italianen: ook Nederlandse mannetjes hebben deze eigenschap.) Dus hoewel ik morgen een offerte verwacht voor het plaatsen van een pelletkachel, is de datum waarop dat ding geïnstalleerd zal worden in de koude decembersterren geschreven.

En ook als we zouden overnachten in de prettige B&B van Roberto, muurverf doet rare dingen onder vijf graden Celsius; en het dak op om een lekkende daknaad met lood af te dekken is ook al niet persé een opwindend genoegen.

Maar laten we genuanceerd blijven: Laura vindt het ook helemaal niks om Christian met z’n twaalf jaren al zonder papa en mama in Nederland achter te laten. Tot deze opvatting onder andere verleid door mijn moeder, die zich hardop afvraagt hoe het met onze kinderen verder moet, mochten wij ergens in Zuid-Duitsland dodelijk verongelukken.

Maar toch. Het laatste woord is er nog niet over gezegd (wij zijn het Gezin van de Duizend Wijzigingen in Plannen – desondanks komen we steeds weer op onze pootjes terecht).

In elk geval staan de spullen voor zwembad en badhokjeshuis in bestelling en mogen we ons vast verkneukelen bij de gedachte dat Christian in de meivakantie als eerste in het dan vermoedelijk nog ijskoude water mag plonzen. Als de sterren goed opgelijnd staan dus, dat dan wel weer.

Steen

Het begint allemaal met observeren. Waarnemen, maar dan zo precies mogelijk. Doelgericht, maar zonder doel. Observeren als kijken zonder je wat dan ook toe te eigenen. Waarnemen, zonder dat er iets is wat waarneemt. Als een steen zijn in de droge rivierbedding, als een boom wiens takken bewegen in de wind. Daar begint het en daar eindigt het.

Maar je bent geen boom en geen steen. Je hebt een belang bij toe-eigening: de bevestiging van wat of wie je bent of wil zijn, de bevestiging dát je bent.

Het pure observeren van wat er via je zintuigen binnenkomt, of wat uit de diepste lagen van je onderbewustzijn naar boven sijpelt: het is een waarnemen zonder belang, zonder manipulatie – omdat het observeren zonder observator is.

By the way: dit is de steen die we gaan leggen om het zwembad heen. Gaja Grey heet-ie. Volgens de metselaar zal alles ruim op tijd klaar zijn. Dus ik heb ‘m geappt dat ik liever een soort van opleverdatum wil afspreken.

Wat je vindt mag je houden

Ik lunchte met een ex-collega vrijdag. Hij is zo iemand bij wie je alles wat in je hoofd opkomt op tafel kunt flikkeren, tussen de pannenkoek Mariënwaerdt en de thee met verse gember in. In willekeurige ordening en ongeacht hoe af elke gedachte is. Heerlijk. Hij praat in de zesde versnelling en luistert ook zo. (Dat laatste is trouwens dat wat je niet met een Mastercard kunt kopen).

Natuurlijk kwamen ook de Cortemiliaanse plannen op tafel. Die beginnen onvermijdelijk wat sleets te worden: het riedeltje van zwembad-kleedhokjes-chalet… sparensparensparen-grote huis-emigreren-Laura werken/Paul gras maaien. We hebben het al honderd keer verteld. Het bekt vooral lekker bedacht ik me; mensen snappen wat je bedoelt en kunnen met je mee dromen (of grappen Ik vertrek! – in elk geval zich ertoe verhouden).

Waarom ze sleets worden? Omdat ze niet echt zijn. Het zijn mentale constructen waar je fijn mee kunt spelen en die je dan weer in de prullenbak mag kieperen. Ze vertroebelen het nu en zeggen weinig tot niks over de toekomst. Hoe meer plannen je hebt, hoe minder ruimte er is voor het wonder van het onverwachte.

Maar ja, dan wordt het gesprek ook wel wat sociaal onwenselijk: Wat fijn dat je dit hebt gekocht! Wat ga je ermee doen? Geen idee. <…drukkende stilte> Dat laatste niet met Eelco trouwens, die snapt dat soort dingen.

Natuurlijk: die verdomde offerte zal er komen, goedschiks of kwaadschiks. En we gaan vast nog wel eens een fruitboomgaard aanleggen op de glooiende weide boven het huis, ooit. Maar nu genieten we nog even van de foto’s van en met onze hardwerkende vrienden.

(Op een nader te bepalen melodie:)

Slijptol, decoupeerzaag, schuurmachine, schroefboormachine, kitspuit, waterpas, schaafmachine, schroeven, schroeven schroeven schroeven, kettingzaag, schuurpapier, dopsleutel, spade en, zo, voort, en, zo, verder.

En herhaal: slijptol, decoupeerzaag, …

Buienalarm

…denkt dat het een graad of 18 zal zijn, tijdens onze klusweek in Cortemilia. Daan, Jozien, Alexander, Petra, Fenne, Laura, Judith, Christian en ik. Met een enkel dropje regen.

But then again: wat weet Buienalarm nu eigenlijk? Italië doet niet aan planningen.

Damiano zal intussen het Hollandsch fort bewaken vanwege universitaire verplichtingen. Hem is vanzelfsprekend van diverse kanten verantwoord avondeten aangeboden in die week. En even vanzelfsprekend zullen wij hem na een week aantreffen te midden van platte, vierkante dozen en frommelige stukken aluminiumfolie.

Loslaten papa. En het seizoen loopt ook in Cortemilia op z’n eindje, dus ook wij zullen niet meer baden in de verse groenten van Gino, de buurman. Nog daargelaten het feit dat de klusplanning die ik gemaakt heb helemaal geen tijd voor eten overlaat. Gelukkig maar voor onze vrienden dat ze in een B&B slapen en daar een uiterst prima ontbijt zullen krijgen. (Alleen Fennie blijft bij ons – haar geven we niet uit handen.)

Intussen vormen zich alweer kleine bergjes spullen in huis. Met de bijbehorende overwegingen: wat hoeft niet meer mee terug naar Nederland straks, wat is eigenlijk te goedkoop en kopen we daar wel? Hoe zorgen we ervoor dat we straks niet met twaalf kruiskopschroevendraaiers zitten en nul kruiskopschroeven? Dacht je dat wij het makkelijk hebben of zo? En dan nog de afspraken die we ter plekke willen maken met de timmerman, de aannemer, de metselaar en de zwembadman – we bellen ze niet langer dan een week van tevoren, want zie boven over Italië en plannen.

Zo dan. Mijn blogjes zijn weer opgestart. Ik moet er nog weer een beetje de schwung in gaan krijgen. Het wordt beter, dat beloof ik.

Weet je wat: ik knal er gewoon een versje tegenaan. Dat zal ze leren.


ik ben is niet
het dagelijks zijn
het kermende ik
of de lust of de waan
de hippie, de slaaf of de bureaucraat

ik ben dat is een lege straat
die mij voorbij ziet gaan






Noch vlees noch vis

Kijk. Ismael heeft gisteren alle ouwe troep opgehaald en de stoep ook nog netjes geveegd. Het werk gaat gewoon door, wij zijn helemaal niet nodig daar.

Maar we hebben wel wat wortel geschoten, zo her en der op dat grote terrein.

Er gaan sinds we teruggereisd zijn niet veel dagen voorbij zonder een gesprekje of discussie over Strada Bergolo: van het maken van een lijstje met ‘nuttige’ verjaarscadeautjes tot nadenken over de offerte voor het opknappen van het zwembad. We doen wat je zoal doen kan op afstand. Maar hetzelfde is het niet.

Gelukkig mogen we eind oktober weer. En nog leuker: we gaan dan met een groepje enthousiaste klussers. Daan, Jozien, Alexander, Petra en Fenne – allemaal komen ze de handen mee uit de mouwen steken. Binnenkort maar eens samen borrelen om te kijken wat we meenemen en wie wat gaat doen. Ik vermoed niet dat iemand zich zal hoeven te vervelen.

Schuim der aarde

Dit staat gepland als laatste blog van onze eerste drie weken op Strada Bergolo. Misschien morgen nog een uitsmijter en anders waarschijnlijk zaterdag een al dan niet melancholieke terugblik – wie zal zeggen wat we overhouden aan dit intense stukje avontuur? Behalve gehavende benen dan.

Voordat ik verderga: er is geen adres dat je zomaar kunt intoetsen in je navigatiesysteem en er dan op vertrouwen dat hij je daarmee op onze oprijlaan brengt. Dat zou al te gemakkelijk zijn. Meer dan zeggen dat ‘onze’ weg eerst Via Bergolo heet en even verderop overgaat in Strada Provinciale 114 Strada Bergolo, waaraan ons huis is, kan ik niet. En da’s niet genoeg.

Dus als je komt (en je bent meer dan welkom), krijg je van ons de exacte coördinaten. Of je doet als de Italianen: zodra je ergens in Cortemilia bent, bel je mij en creëren we samen een kwartier lang grote verwarring. Waarna ik boven aan de weg ga staan en net zolang wacht tot je om de bocht komt. Komt goed.

Het was onvermijdelijk(er dan ik vooraf dacht) vooral een opruim-, weggooi-, omzaag- en schoonmaakwerkvakantie. Wat je op de foto ziet is nog maar een deel van de troep die de deur uitgaat. Vooral de spullen in de kelder moesten het ontgelden. Het leverde wel een heel mooie ruimte op, waar de grove gestapelde stenen uit de streek weer als muren zichtbaar zijn geworden en ik nu een paar stevige planken voor het grote gereedschap heb.

En, heel langzaam, komen we ook een beetje toe aan mooimaken.

We moeten ook veel dingen laten aan anderen. Grote dingen die we niet zelf kunnen starten, hoogstens netjes afwerken: het kleedhokjes-/pizza-ovengebouw opknappen, het zwembad vernieuwen, het dak van het chalet isoleren en de bedrading in orde maken. We hebben de nodige dingen in gang gezet, maar het blijft enigszins frustrerend. We rekenen voor de meeste zaken op onze superloodgieter Willy: hij zal voor ons een aantal dingen coördineren.

En natuurlijk kan financieel ook niet alles zomaar. We zullen flink moeten faseren om alles behapbaar te houden. Laat staan dat we snel aan het grote huis zullen kunnen beginnen.

Voor wie er een gewoonte van maakt deze blogs te lezen: onze Grote Boze Dode Boom staat er nog steeds. Vanochtend belde Laura in arren moede de brandweer; die kwamen overigens meteen met een heel stel lieden. Het leverde verder niks op, behalve empathische geluiden en het telefoonnummer van een bomenkapbedrijf dat onze grote vriend wellicht wél van de top naar beneden in stukjes kan zagen – zodat de telefoonlijn niet los hoeft. Ik heb er een hard hoofd hoofd in, maar we zullen zien.

En tot besluit van deze avond (en van het verblijf van nonna hier), is Damiano een vuur van afvalhout aan het opstarten. Fijn om te zien dat ook mijn zoon weer gefascineerd is door vuurtjestoken. Kunnen we nog even lekker in de vlammen staren en alle plannen voor vandaag laten verdampen.