Het is raar weer. Dat zeggen ook de mensen in het dorp: te warm voor de tijd van het jaar. En ze praten over het uitblijven van de regen natuurlijk. Dat het feitelijk al twee jaar nauwelijks regent, en hoe bronnen waar tien gezinnen normaal van kunnen tappen, nog maar een dun straaltje water geven.
Het is waar, ik maak het zelf mee. Je hoort op 10 maart niet in je blote kont op een badlaken onder de net in bloei getreden amandelbomen te kunnen liggen zonnen. Mijn lijf is ook in de war, weet niet of het misschien ondanks de warme zon stiekem toch koud is en het morgen verkouden zal blijken. Of verbrand natuurlijk. Of is de zon daar dan weer niet warm genoeg voor? En het waait dat het een aard heeft, rechtstreeks uit Libië denk ik.
Laten we een stapje teruguit doen. Een ander moment van dag, de eerste cappuccino met cornetto bij Canobbio. Een andersoortig probleem. Het is namelijk fijn om dit ontbijtje (ik speel vals, heb al havervlokken met amandelmelk op – ik ben een Hollandse Italiaan) te eindigen met een slok koffie en het uitlepelen van het overgebleven melkschuim. Echter. Er zijn meer happen cornetto te vergeven dan slokken koffie. Dus zul je waarschijnlijk opperen: eet dan meerdere happen per slok koffie. Maar dat is niet het allerlekkerst. En bovendien is cappuccino in dit land zelden heel warm, dus te lang eten leidt tot te koude koffie.
Je raadt het al, ik ben dit keer in m’n eentje naar Cortemilia afgereisd en er is niemand die mijn wat autistisch getinte redeneringen beteugelt.
Komt ook omdat je in je eentje niet zozeer drukker bent met zorgen dat je met vliegtuig en huurauto op je bestemming geraakt, maar dat je geen moment kunt wegzinken in de comfortabele overtuiging dat je reisgenoot de volgende te nemen hobbel wel glad zal strijken.
Raar weer dus. Tot een uur of vier voor het huis zitten met een mok thee en een boek (over dat boek een volgende keer meer.) Dan verdwijnt de zon langzaam achter de heuvel waar je vanuit onze voordeur op uitkijkt en kun je op zolder nog vijf minuten uit het raam hangen, zachtjes stovend in de warmte die opstijgt van het dak van de keuken eronder. Daarna is het echt afgelopen met het hagedissenleven. Meteen de open haard aan, om straks behaaglijk te kunnen slapen.
Maar dat valt tegen vandaag. De harde wind blaast de rook terug de kamer in. En af en toe, met een plop, een handvol asvlokken. M’n ogen tranen van het onvrijwillig meeroken. Ik leg dus maar geen hout meer op het laag smeulende vuur en doe de pelletkachel aan.
Sinds ergens vroeg op de middag, na het klein zagen van een stapel enorme boomschijven (erfenis van een gevelde bijna dode boom voor het huis, en o ja, ik mag nu niet kettingzagen van mijn moeder, want stel je zaagt je been eraf en je ligt daar in je eentje en er is niemand in de buurt wat dan?? – ok, ze heeft wel een punt, ik doe dus héél voorzichtig), daalt de stilte in in m’n hoofd. De stilte waarin ik de dingen langzaamaan weer kan nemen zoals ze zijn en niet zoals ze moeten worden.
Zelfs uit eten gaan bij ‘i tre piasì’, wetende dat Mattias daar geen pizza’s meer bakt. Vamanos.

Felice x te
Dispiaciuta x me
Ma goditi tutto doppiamente
LikeLike