
Ik sta. Ik werk. Mijn knieën protesteren zachtjes maar onophoudelijk tegen het feit dat ik meega in de overtuiging dat staand werken beter is voor een mens.
Op vrijdag sta ik korter. Dan moet er op tijd gekookt worden voor onze basketballende, slungelende zoon, die tegenwoordig dingen niet doet alleen omdat wij vinden dat hij ze wél moet doen. Andersom gelukkig (nog) niet zo vaak.
Meestal kook ik dan soep (‘zoep’ volgens Laura) en in de winter heel vaak zoep van pompoen, courgette en wat er overschiet aan restjes groenten, gevuld met rode linzen en kikkererwten. Lekkere luiïgheid op een werkdag – zaterdag is er nog tijd genoeg om wat fantasierijker te koken. (Overigens beschouwen onze twee bijna-volwassenen zoep niet als eten, zolang niet gevolgd door koolhydraatrijk voedsel).
Op tweede Kerstdag kookten Chris en ik voor veertien familieleden. Twee verschillende soepjes, arancini, mini-muntquiches en een peren-frambozensalade. Mijn Italiaanse familieleden hebben goede manieren, dat zeker, dus het eten en de koks werden luidkeels geprezen. We negeerden daarom met enig gemak het nauwelijks hoorbare weeklagen van hun Italiaanse zielen. Omdat er geen tortellini in brodo waren, lasagne al forno en polpettone.
Nee hoor, ik mag me graag ergeren aan de conservatieve Italiaanse cultuur, maar dit is overdreven. Er wordt zeker op Santo Stefano volop gevarieerd. En omdat de broekriemen gegarandeerd een gaatje losser moeten na de monsterlunch op eerste Kerstdag wordt er de dag erna meestal kwistig gekookt met restjes. En wij zijn van twee landen, dus we hebben geen schoonfamilie die een dag later de andere schoonfamilie wil overtreffen in overvloedigheid.
Rome charmeerde me meer dan anders. Zeker na een dagje uit naar Napels, waar we een dagje optrokken met Osse vrienden die er die week ook waren. Vergeleken met die stad, met z’n getoeter, kamikaze-scooters en walm van uitlaatgassen (aan wie Napels liefheeft, beschrijf ik hem als ‘levendig’ hoor) is Rome een oase van rust, ruimte en groen. En goede bedoelingen zoals fietspaden (zie foto), die meestal gesmoord worden in de alomvattende gewoonte om dingen vooral te laten zoals ze zijn. En je niet in te laten met nieuwlichterij, zeker niet wanneer die een zekere vorm van inspanning vereist respectievelijk niet wordt betaald door de EU.
Het lukte me zelfs om er een middagje alleen op uit te gaan: eerst met de metro naar station Piramide en dan een wandeling richting het Circo Massimo. De Aventino op, een district waar de tijd stilstaat en waar ik een kwartier lang geheel alleen in de kerkbanken van de Sant’Anselmo kon zitten contempleren. Wat bijzonder is voor zo’n prachtige plek (godzijdank is deze kerk niet barok), maar hé, dat is het voordeel als je 900 kerken binnen je gemeentegrenzen hebt – er is er altijd wel eentje helemaal leeg.
En dan de heuvel weer af, langs de rivier naar Trastevere en via Campidoglio naar het ongetwijfeld drukste metrostation van Rome, dat tegenover het Colosseum. Ik hoef gelukkig niet te pretenderen dat ik de door toeristen onopgemerkte geheimen van de stad ken, ik loop graag bekende wegen. En ondanks mijn sinds ruim 20 jaar getroebleerde blik kan ik steeds beter zien hoe mooi deze stad is. Zelfs zonder fietspaden.
Oase ruimte en groen en rust !!
LikeLike