Oss aan de Bormida

Ik heb een oudemannetjesgen. Dat weet ik al sinds ik twaalf was, toen ik bedaagde gesprekken voerde over vingeroefeningen van Brahms met mijn bebaarde, pijprokende pianoleraar in zijn met kurk beklede leskamer. Maar ja, je weet hoe dat gaat: je doet mee met het leven omdat iedereen dat van je verwacht. En wanneer je er achter komt dat er eigenlijk niemand is die iets van je verwacht, is het te laat om nog op te houden met doen alsof.

Op zaterdagochtend sla ik mijn dagelijkse yoga-oefeningen over, eet mijn havervlokken met sojamelk een slagje trager dan anders, trek m’n schoenen en jas aan en wandel in meditatiemodus richting centrum. In deze modus spoelen de geluiden van langsrijdende auto’s en mijn voeten op het asfalt van het wandelpad mijn door hoogmoed ingegeven gedachten weg. Voor een seconde of wat, dat wel. En na even weer voor een seconde of wat. Het leven bestaat uiteindelijk uit niet méér dan stroming.

Vrijwel exact om negen uur loop ik bij Arnoud binnen. (Naar goed Italiaans gebruik duiden wij koffiebars en kleine winkels in Oss ook bij voorkeur aan met de naam van de eigenaar. En plekken met een omschrijving als ‘net voorbij Gian Mario op dat pleintje links bij dat lelijke uithangbord’.) Aan de lange tafel links zit meneer van de Ven, een oude man met net te hippe hoge schoenen. Hij zit daar iedere zaterdag. Het tafeltje bij de trap kent een wisselende bezetting, maar is ook nooit leeg. En zelf kies ik de bank meteen rechts van de ingang. Er wordt vriendelijk gegroet. Met Arnoud bespreek ik het vooruitzicht dat de kussentjes op het terras vandaag wel op de stoelen kunnen: het lijkt een mooie dag te worden.

Meestal liggen ze er al, maar vandaag zitten we even doelloos voor ons uit te staren. Na een paar minuten komt de mevrouw van Derijks met drie kranten binnen: de Telegraaf gaat naar meneer van de Ven, het Brabants Dagblad naar de wisselmevrouw en voor mij is er de Volkskrant. En een cappuccino en een glas water.

Ik draag een soort van motorjack (weet niet waarom, ik draag eigenlijk altijd jassen die anderen niet meer wilden maar die heerlijk zitten.) Met op de rechter revers een stoere borstzak, waaruit een helderrood hoesje piept waarin een leesbril. Want het is jammer, maar ik kan de krant alleen nog zonder bril lezen bij overvloedig licht. Dus dan hef je je hoofd op om nog een koffie te bestellen, ziet de wereld door een soort wazige hoofdpijn en besluit om dan maar zonder verder te lezen.

Om tien uur is het ineens over. Terwijl ik de column van Ionica Smeets zit te lezen, zie ik uit m’n ooghoek dat ik nog de enige bezoeker ben. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. En bovendien, de zaterdagkrant is sowieso altijd veel te veel. Ik sta op, reken af en neem de groeten aan Laura mee. Drijf verder langs Bakker Bart en keer met twee geurende broden onder de arm huiswaarts.

Ik denk dat ik het wel ga redden in Cortemilia, later.

2 gedachten over “Oss aan de Bormida

Plaats een reactie