On the Nature of Daylight

onze poort bij maanlicht; foto van Chantal Broeders

Kwart over zes ’s morgens, zaterdag in Cortemilia. We rijden ons dorp binnen langs de lange door platanen omzoomde invalsweg. Het is oktober, dus nog stikdonker, we zijn gaar van het rijden en de gestolen kwartiertjes slaap, maar blij om bijna thuis te zijn. Maar voordat we het laatste stukje weg heuvelop draaien, parkeren we op het centrale pleintje van het dorp en wandelen we naar Bar Nazionale. Het was mijn diep gekoesterde wens om ooit nog zo vroeg buiten de deur koffie te gaan drinken. En aangezien ik verder alleen hoogstens eens per jaar rond dit tijdstip mijn bed uitkom, voor de Metten in een of ander klooster, is het dus nu of nooit.

De bar (die je eigenlijk met een archaïsche term als ‘koffiehuis’ zou moeten aanduiden) is behoorlijk vol. Groepjes mannen met oranje hesjes zitten te kletsen bij hun cappuccino met cornetto voordat ze zich aan bruggen, kruispunten en omgevallen bomen zullen gaan wijden. Een enkele vrouw loopt binnen en kletst wat met de opvallend goedgemutste en energieke barista. Voor de deur staat een groepje mensen te wachten op een touringcar die ze naar Medjugorje gaat brengen (voor de heidenen onder u: dat is een bedevaartsoord in Bosnië-Herzegovina (voor de onwetenden onder u: ze maken alweer volop ruzie op de Balkan, laten we hopen dat daar na Maria ook nog wat gezond verstand mag verschijnen)).

Er zijn weinig dingen fijner dan je versufte lichaam en geest weer aan de praat te krijgen met Italiaanse koffie en krakend verse zoetigheid, zonder méér verplichtingen dan de vorsende blikken van werklui met een vriendelijke hoofdknik te beantwoorden en bij het weggaan een christelijk bedrag te betalen voor het fijnste moment van de dag. In your face Nederland.

Mede dankzij de cafeïne-start weersta ik de rest van de zaterdag de bij tussenpozen opvlammende slaperigheid. Terwijl Laura een paar uurtjes gaat slapen wandel ik tegen half negen naar beneden en bel aan bij het huis van Willy. Het water dat uit de tuinslang komt is nogal bruinig en het zwembad moet dringend bijgevuld – dus er dient raad gevraagd te worden aan Cortemilia’s bloedeigen peetvader. Willy’s vrouw Franca doet open en zegt dat haar man ergens aan het werken is. Na een tweede cappuccino, ditmaal bij La corte di Canobbio, bel ik hem. Het blijkt dat het echtpaar is de tussentijd al naar ons huis is gereden, maar onverrichterzake aan het terugkeren is omdat niemand open deed. Zoals die dingen gaan kom ik hun stokoude donkerrode Panda vervolgens tegen op de brug bij het kerkhof wanneer ik op huis aan ga. We kletsen even en maken vage afspraken over het oplossen van het tuinslangprobleem en andere niet heel belangrijke issues.

Onder de bagageruimte van de auto, waar bij een Peugeot geen reserveband zit maar behoorlijk wat ruimte om kleinere spullen in op te bergen, zat ook ons pas aangeschafte kluisje. In de afgelopen maand heb ik driftig gepind, zodat we in elk geval een deel van de opgebouwde contante schulden kunnen gaan aflossen in deze week. Allemaal nette rolletjes met een stiekje er omheen en een Post-it er op met het betreffende bedrag. Ik voel me er niet rijk door, eerder bezwaard. We willen er vanaf.

Na het uitzenden van Whatsapp-signalen druppelen er ’s middags daarom wat mannen binnen: Paolo de elektricien met zijn zoon, Elia de metselaar. Gino, de buurman met de beste tomaten in de wereld, komt sowieso als bij toverslag altijd aanwaaien als er iets te doen is. Toevallig komen ze ook allemaal vrijwel op hetzelfde moment, dat gebeurt hier vanzelf. We drinken koffie in de stralende zon (’s ochtend hebben Laura en ik nog een uurtje liggen bakken en zelfs een duik genomen in het, overigens ijskoude, zwembadwater) en we wisselen ideeën uit over bewakingscamera’s en de wenteltrap die we willen installeren in het oude huis. Het afrekenen gaat vergezeld van verdere wederzijdse ontboezemingen en het afspreken van weer nieuwe klussen: Paolo belooft al onze foeilelijke lichtschakelaars te zullen vervangen en Elia om het zijterras vóór de winter zodanig aan te smeren dat er hopelijk geen vocht meer zal binnensijpelen in de tavernetta.

De dag gaat verder heen met opruimen (je zult het niet geloven, maar je kunt hier al je tijd verdoen met alleen maar opruimen – dat wil zeggen, spullen verplaatsen van a naar b), de forsythia snoeien zodat hij in het voorjaar weer compact uit gaat groeien en het opzuigen van bedwantsen. Ons laatste wapenfeit van deze zaterdag is eten bij I Tre Piasì, het in april geopende pizzeria-ristorante, waar onze inmiddels favoriete Argentijnse pizzabakker werkt. Het eten is er extreem goed en heel betaalbaar. En met ons allerlaatste restje energie slagen we er zelfs nog in om luchtige grappen te maken tegen de serveerster. Ik bedoel maar, wat een helden zijn wij toch.

2 gedachten over “On the Nature of Daylight

Plaats een reactie