Dit staat gepland als laatste blog van onze eerste drie weken op Strada Bergolo. Misschien morgen nog een uitsmijter en anders waarschijnlijk zaterdag een al dan niet melancholieke terugblik – wie zal zeggen wat we overhouden aan dit intense stukje avontuur? Behalve gehavende benen dan.
Voordat ik verderga: er is geen adres dat je zomaar kunt intoetsen in je navigatiesysteem en er dan op vertrouwen dat hij je daarmee op onze oprijlaan brengt. Dat zou al te gemakkelijk zijn. Meer dan zeggen dat ‘onze’ weg eerst Via Bergolo heet en even verderop overgaat in Strada Provinciale 114 Strada Bergolo, waaraan ons huis is, kan ik niet. En da’s niet genoeg.
Dus als je komt (en je bent meer dan welkom), krijg je van ons de exacte coördinaten. Of je doet als de Italianen: zodra je ergens in Cortemilia bent, bel je mij en creëren we samen een kwartier lang grote verwarring. Waarna ik boven aan de weg ga staan en net zolang wacht tot je om de bocht komt. Komt goed.
Het was onvermijdelijk(er dan ik vooraf dacht) vooral een opruim-, weggooi-, omzaag- en schoonmaakwerkvakantie. Wat je op de foto ziet is nog maar een deel van de troep die de deur uitgaat. Vooral de spullen in de kelder moesten het ontgelden. Het leverde wel een heel mooie ruimte op, waar de grove gestapelde stenen uit de streek weer als muren zichtbaar zijn geworden en ik nu een paar stevige planken voor het grote gereedschap heb.

We moeten ook veel dingen laten aan anderen. Grote dingen die we niet zelf kunnen starten, hoogstens netjes afwerken: het kleedhokjes-/pizza-ovengebouw opknappen, het zwembad vernieuwen, het dak van het chalet isoleren en de bedrading in orde maken. We hebben de nodige dingen in gang gezet, maar het blijft enigszins frustrerend. We rekenen voor de meeste zaken op onze superloodgieter Willy: hij zal voor ons een aantal dingen coördineren.
En natuurlijk kan financieel ook niet alles zomaar. We zullen flink moeten faseren om alles behapbaar te houden. Laat staan dat we snel aan het grote huis zullen kunnen beginnen.
Voor wie er een gewoonte van maakt deze blogs te lezen: onze Grote Boze Dode Boom staat er nog steeds. Vanochtend belde Laura in arren moede de brandweer; die kwamen overigens meteen met een heel stel lieden. Het leverde verder niks op, behalve empathische geluiden en het telefoonnummer van een bomenkapbedrijf dat onze grote vriend wellicht wél van de top naar beneden in stukjes kan zagen – zodat de telefoonlijn niet los hoeft. Ik heb er een hard hoofd hoofd in, maar we zullen zien.

En tot besluit van deze avond (en van het verblijf van nonna hier), is Damiano een vuur van afvalhout aan het opstarten. Fijn om te zien dat ook mijn zoon weer gefascineerd is door vuurtjestoken. Kunnen we nog even lekker in de vlammen staren en alle plannen voor vandaag laten verdampen.
